Met de trein naar het buitenland is de moeite waard!

De Reiziger, het kwartaal tijdschrift van de Rover, is ter gelegenheid van het veertig jarige bestaan van de vereniging in een nieuw jasje gestoken. Dit nummer heeft traditie getrouw het artikel over treinreizen in het buitenland. Zoals wij allang verkondigen is treinreizen aangenaam, avontuurlijk, interessant en minder milieu belasterd. Een goede voorbereiding is wel noodzakelijk. Daarom is de service van Rover, middels een uitneembaar katern boordevol reisinformatie zeer welkom. Wij zijn het dan ook eens met de voorzitter Arriën Kruyt van Rover die in zijn Column schrijft:

Met de trein naar het buitenland is de moeite waard!
Mijn eerste treinreis naar het buitenland was in 1960 met mijn ouders naar Parijs, in de vorige eeuw een geliefde bestemming bij Nederlanders. In Roosendaal werd de Nederlandse lok vervangen door een Belgische en datzelfde ritueel herhaalde zich in Brussel-Zuid, waar de Belgische lok vervangen werd door een echte stoomlocomotief van de SNCF. Er was nog geen EU of Schengen en bij elke grens kwam er paspoortcontrole en een douanier, die sommige koffers openmaakte. Voor de lunch liep er een ober met een belletje door het gangpad die aankondigde hoe laat er in de restauratiewagen gegeten kon worden – eten van Franse kwaliteit. Op het eind van de dag liep de trein het Gare du Nord binnen en dat vind ik nog steeds een indrukwekkend station. De volgende ervaring was de Parijse metro, waar de kaartjes nog geknipt werden door oude vrouwtjes die zaten te breien, de ‘pointilleuses’. Dat was menselijker dan de huidige klapdeurtjes.
Een andere dierbare herinnering was de eerste treinreis langs de Rijn. Ik vind dit nog altijd een van de allermooiste trajecten in West-Europa. Door de vele bochten rijdt de trein niet harder dan honderd kilometer per uur, maar daardoor kunnen de reizigers genieten van de vele burchten, kastelen, kerken, stadjes en wijngaarden, met als hoogtepunt de Loreley. De mooiste trein op dat traject was de TEE Rheingold met een uitzichtrijtuig met een glazen dak, zoals die tegenwoordig in Zwitserland rijden op toeristische trajecten. Bij het passeren van de Loreley klonk dan via de luidspreker het Loreley-lied. Al dat schoons missen de ICE-reizigers van Keulen naar Frankfurt. Als de tijd het toelaat is de route via Koblenz nog altijd een omreis waard.
Aparte herinneringen bewaar ik aan het reizen naar Berlijn tijdens de Koude Oorlog. Nederland–Berlijn duurde twaalf uur, mede vanwege lang oponthoud in Marienborn en Drewitz, vlak voor West-Berlijn. De Oost-Duitse grensbewaking kamde de hele trein uit en er liepen honden onder de trein om te controleren of iemand zich verstopt had. Goed dat dit voorbij is en dat er dagelijks om de twee uur een comfortabele trein van Nederland naar Berlijn rijdt. De slagzin uit de vorige eeuw ‘Berlin ist eine Reise wert’ is nog steeds van toepassing.
Noodgedwongen heb ik ook veel gevlogen, maar het reizen per trein blijft een betere ervaring. Geen gezeur met veiligheidscontroles en niet dat vreselijke geplastificeerde eten. Je zit beter en je kunt je benen strekken. NS Hispeed heeft wat dat betreft nog veel kansen, maar of ze ook benut worden?

Arriën Kruyt is sinds september 2010 voorzitter van Rover.

%d bloggers op de volgende wijze: