Beneluxstel op weg naar oude glorie

De cabine krijgt al weer een normaal aanzien
Erik de Zwart (links) krijgt het eerste exemplaar van ‘Amsterdam Brussel, de historie van de Benelux-treinen’ van auteur Cock Koelewijn

In Roosendaal werkt een vijftigtal vrijwilligers van de Stichting Hondekop zich in het zweet om het geel-blauwe (Belgische) Beneluxtreinstel 220.902 geheel te restaureren en weer rijvaardig op de baan te brengen. Dat duurt nog ongeveer twee jaar, schat stichtingsvoorzitter Erik de Zwart, tijdens een gesprek met de redactie van Treinennieuws op 11 mei jongstleden. Op die dag ontving hij het eerste exemplaar van het nieuwe standaardwerk ‘Amsterdam Brussel, de historie van de Benelux-treinen’ van auteur Cock Koelewijn. De genodigden bij deze gebeurtenis, maakten van de gelegenheid gebruik ook de voortgang van het herstel van het unieke treinstel te bekijken.

In 1957 bestelden de NS acht en de NMBS vier elektrische tweerijtuigstellen voor de speciale Beneluxverbinding Amsterdam-Brussel (van doortrekking naar Luxemburg is nooit iets gekomen). In de jaren 1986 en 1987 werden ze al buitengebruik gesteld omdat beide spoorwegbedrijven overstapten op getrokken treinen.

De gedeeltelijk herstelde kop van het treinstel in de werktent

De Nederlandse exemplaren werden rigoureus gesloopt maar in België bleef in elk geval één van de bijzondere twee-spanningstreinstellen, de 202.902, bewaard voor museumdoeleinden. Het stond jaren lang in een loods in Leuven zonder dat er iets mee gebeurde. Al zo’n tien jaar geleden polste de Stichting Hondekop – die zich beijvert voor het rijvaardig houden van Hondekop 766, mat. ’54 – de Belgische spoorwegen of het unieke stel niet naar Nederland kon komen. Toen bleek dat er in het toekomstige Belgische spoorwegmuseum Trainworld geen plaats voor zou zijn, slaagde de stichting erin het in 2015 te kopen. Het treinstel bleek echter praktisch niet te verslepen. Maar toen de Leuvense loods – die onderdak bood – weg moest, diende er toch iets te gebeuren. De Zwart legt uit dat zij de twee rijtuigbakken in overleg met de NMBS van elkaar losmaakten. De koppelingen aan de kopkanten sloten uiteraard op elkaar aan. De buffers aan de andere kant van de rijtuigen waren nu vrij gekomen. Het werd mogelijk remwagens aan te koppelen en via luchtslangen een verbinding te maken met de locomotief die het konvooi moest trekken. In 2017 werd het geheel naar Roosendaal vervoerd om te worden gerestaureerd, zeg maar: ‘bijna te worden herbouwd’.

‘Het was een ontdekkingsreis’
Na aankomst haalden medewerkers van Spoorijzer de draaistellen onder het treinstel vandaan en gaven die een eerste opknapbeurt. De 202.902 kreeg vervolgens een plek in een speciaal gebouwde tent, zodat de vrijwilligers onder alle weersomstandigheden aan het werk konden. De Zwart schildert de start van de aanzienlijke klus, die hij ‘een ontdekkingsreis’ noemt: ‘Het treinstel was minder goed dan wij verwachtten. Vooral bij het dak was veel doorgeroest, dat vervangen moest worden. Maar wat was die gedateerde techniek prachtig! Er kwam nog geen computer aan te pas en toch was alles in de jaren vijftig heel modern.’

Veel moet nog gebeuren aan de compartimenten

Over de tijd die aan het treinstel besteed moet worden, maakt hij zich niet al te druk, kwaliteit is belangrijker: ‘Het is een hobby, het hoeft niet morgen klaar te zijn. We werken met veel goede vrijwilligers uit de omgeving van Roosendaal, maar we kunnen natuurlijk meer mensen gebruiken. Altijd welkom!’ zegt De Zwart nadrukkelijk. Informatie is hier te vinden.
Hij legt uit dat er twee ploegen vrijwilligers aan het werk zijn. De eerste revideert de draaistellen, de tweede demonteert het treinstel, verwijdert de roest en zorgt te zijner tijd voor het schilderwerk. Een lasser controleert de onderkant van het materieel en repareert de dakgoten. ‘Gelukkig zit er geen asbest in het treinstel verwerkt’, merkt De Zwart tevreden op. Voor een buitenstaander ziet het gedeeltelijk onttakelde treinstel er nog vrij ontmoedigend uit, maar wie beter kijkt ziet toch duidelijk voortgang in de restauratie. De cabine bijvoorbeeld krijgt al weer een enigszins normaal aanzien. Ook aan de coupé’s wordt zichtbaar hard gewerkt.
Wanneer de talloze uren die de vrijwilligers erin steken, financieel worden meegerekend, kost het project ongeveer anderhalf miljoen euro, vertelt De Zwart. ’Los van de € 10.000 euro die de Belgische Spoorwegen NMBS voor de overname van het rijkelijk vervallen treinstel in rekening brachten. Maar dat was in elk geval toch minder dan de schrootwaarde’, grinnikt hij. Als het treinstel eenmaal in zijn oude glorie is hersteld, ligt het in de bedoeling er ritten mee te organiseren, in combinatie met de al eerder gerestaureerde hondenkop 766. Het Nederlandse spoorwegerfgoed is dan weer met een belangrijk object uitgebreid. Foto’s: Hans van Lith.

Om altijd te kunnen werken, werd een tent gebouwd