‘Treinen door de tijd’

Foto uit de video van de opening

Opgeknapte museumhal nieuwe blikvanger voor Spoorwegmuseum
Presentatie ‘Treinen door de tijd’ over 175 jaar personenvervoer
De Preview voor o.a. de Vrienden van Het Spoorwegmuseum ‘Treinen door de tijd’ was aflopen donderdag.

De grote museumhal van Het Spoorwegmuseum heeft een ingrijpende metamorfose ondergaan. De vernieuwing moet zorgen voor meer verdieping voor de bezoeker. De nieuwe opstelling heet ‘Treinen door de tijd’ en vertelt het verhaal van het personenvervoer per trein door de jaren heen. Alle treinen krijgen een bijzondere presentatievorm die aansluit bij de periode van herkomst van de trein. Op deze manier wil het museum de treingeschiedenis op een speelse manier tot leven brengen. ‘Treinen door de tijd’ is vanaf heden in het spoorwegmuseum van Nederland te bezoeken.
In de grote museumhal is de historische collectie treinen van het museum te zien, de getoonde collectie wisselde regelmatig. Het Spoorwegmuseum heeft er nu voor gekozen een tiental ‘iconen’ uit de treinhistorie een vaste plek te geven. Zij vertellen door middel van beeld- en geluidsfragmenten en collectiestukken het verhaal van 175 jaar personenvervoer over rails. Daarbij gebruikt het museum presentatievormen die passen bij de tijdsperiode waarin de treinen op het spoor reden zoals een toverlantaarn, stomme film, viewmasters etc. De oudst bewaarde stoomlocomotief van het museum, de SS13 uit 1864, neemt daarbij een centrale plaats in. Hier kunnen bezoekers ervaren hoe het is om zelf op de voetplaat van een stoomlocomotief te staan.
Het Spoorwegmuseum heeft een keuze gemaakt uit de vele beschikbare treinen. Uitgangspunt is dat de trein iconisch of beeldbepalend is geweest en een belangrijke rol heeft gespeeld in de geschiedenis. Naast de SS13, zal ook de laatste stoomlocomotief die in Nederland in de dienstregeling heeft gereden, de NS 3737, een plek krijgen in de opstelling. De eerste elektrische trein, de ZHESM, staat aan het perron tegenover het restauratierijtuig van Wagon Lits uit 1943. Houten rijtuigen uit 1874 en 1910 laten zien hoe rijtuigen zich hebben ontwikkeld door de jaren heen. Uit een wat meer recente periode zal een elektrische locomotief uit de 1200-serie, het icoon van de jaren 50 de Blauwe Engel en de beroemde Hondekop te zien zijn. De meest recente trein is de Dubbeldekker die in de jaren 80 de toenemende groei van reizigers moest opvangen.

Niet alleen de treinen kregen een plaatsje, maar ook het restaurant “De Remise” kreeg een heel ander aanzicht. De verbouwing is mede mogelijk gemaakt door verzekeringsmaatschappij NH1816 dankzij bemiddeling van de Vereniging Vrienden van Het Spoorwegmuseum.

Treinen door de tijd: informatie over de treinen
SS13
Dit is de oudste bewaarde stoomlocomotief van Nederland (1864). De bijnaam ‘De Bril’ dankt hij aan de brilplaat, een stalen plaat met twee ronde ramen waar de machinist en de stoker achter kunnen staan. De brilplaat zorgt ervoor dat de twee worden bescherm tegen wind en regen. De werkplek mocht echter niet al te comfortabel zijn zodat de mannen niet in slaap vallen tijden de rit.
Dit is ook het verhaal dat de locomotief in ‘Treinen door de tijd’ vertelt: de zware arbeidsomstandigheden waaronder de stoker en machinist hun werk moesten doen. Diensten van tussen de 12 en 16 uur waren niet ongewoon en de trein moest op tijd rijden zonder te veel kolen te verbruiken. Bij vertragingen werden boetes uitgedeeld. Bezoekers kunnen door middel van een spel zelf ervaren hoe het is om op de bok van zo’n locomotief te staan. Op de schermen achter de SS13 draait een film over een rit met de locomotief.
Koekblik – SS C 218
Dit rijtuig uit 1874 is het oudst bewaarde personen rijtuig van Nederland. Het rijtuig bestaat uit vijf coupés met ieder tien zitplaatsen, waarvan één vrouwencoupé. De deuren konden enkel van buitenaf geopend worden. Tijdens de rit verplaatste de conducteur zich via de lange treeplanken langs de trein. In noodsituaties kon de conducteur aan het touw trekken die middels ‘varkensstaarten’ (haakjes) verbonden is met een bel waarmee de machinist gewaarschuwd kan worden. In het museum krijgt hij door de vorm en de metalen laag aan de buitenkant de bijnaam ‘Koekblik’.
Hoe waren de reisomstandigheden aan het eind van de 19e eeuw? Het comfort was niet te vergelijken met de huidige treinen. Reizigers zaten op houten banken, er was geen verwarming en de conducteur kon niet door de trein lopen om de kaartjes te controleren. Met een ouderwetse toverlantaarn (een gangbaar medium uit die tijd) toont Het Spoorwegmuseum prenten uit de collectie die een 19de eeuws kijkje geven in het fenomeen trein.
ZHESM
De eerste elektrische spoorlijn in Nederland is in 1908 de Hofpleinlijn tussen Scheveningen en Rotterdam. De rijtuigen van deze lijn hebben een chique inrichting met Jugendstilversiering. Ze zijn voor de rijke reizigers die vanuit Scheveningen, Wassenaar en Den Haag naar Rotterdam reizen. De stadswapens van de tussenstations zijn terug te vinden in de versieringen in de trein. De luxe 2e klasse heeft fluwelen bekleding, maar in de zomer is hier amper iemand te vinden. Het paardenhaar waarmee de stoelen gevoerd zijn, zitten dan namelijk vol met vlooien!
Het is de tijd van de ‘stomme’ film, in de ZHESM worden met oude zwartwit beelden vijf reizigers geportretteerd. Een jongetje dat een dagje naar het strand gaat, de visvrouw die met de verse haring naar de markt gaat, de gokker die naar de paardenrennen op renbaan Duindigt reist, de forens op weg naar zijn werk en de dame van lichte zeden op zoek naar klanten. Gezamenlijk schetsen zij een prachtig tijdsbeeld van een reis met de eerste elektrische trein.
Latjesrijtuig – SSC 723
De in 1910 gebouwde C 723 is met al zijn teakhouten latjes een kenmerkend rijtuig. In het museum wordt hij ‘latjesrijtuig’ genoemd. De conducteur verplaatste zich, zoals daarvoor gebruikelijk, niet langer buitenom over een lange treeplanken maar over een gangpad. Het rijtuig heeft dienstgedaan tot 1947. Zijn opvolgers waren stalen rijtuigen, deze waren veiliger. Bij ongelukken met houten rijtuigen waren er veel ernstig gewonde reizigers door rondvliegende spaanders en splinters.
Deze rijtuigen hadden speciale vrouwencoupés voor de eerste, tweede en derde klasse. Het was in die tijd voor vrouwen of meisjes niet gepast om alleen te reizen. Ze zouden zomaar kunnen worden aangesproken door vreemde heren met kwade bedoelingen! Op diverse grote stations waren posten voor het zogeheten ‘stationswerk’. Daar ving een stationsjuffrouw alleenreizende dienstmeisjes of vrouwen op om ze te begeleiden naar hun trein of ze door te verwijzen naar een veilig opvanghuis in de stad. Op het bankje op het perron voor de SSC 723 zit een dergelijke stationsjuffrouw die de bezoeker het verhaal over vroeger vertelt.
NS3737
Deze locomotief is de meest succesvolle Stoomlocomotief van Nederland. Hij heeft ongeveer 3 miljoen kilometer afgelegd. De locomotief heeft een twee keer zo groot vermogen als zijn voorgangers. Ze moesten namelijk in staat zijn om de steeds zwaarder wordende personentreinen te trekken. Vandaar de bijnaam ‘Jumbo’. De 3737 is de laatste stoomlocomotief in dienst van NS. In 1958 maakte zij haar laatste rit naar Het Spoorwegmuseum. Daarmee kwam definitief een einde aan het stoomtijdperk in Nederland.
‘Treinen door de tijd’ vertelt over de iconische status die de locomotief na zijn pensionering kreeg. De 3737 was Nederlands fabricaat en populair bij machinisten en stokers , voor velen is het de beste stoomlocomotief die in Nederland op het spoor heeft gereden. De stoker van de laatste rit, Gerard Bos, vertelt in een filmpje over zijn ervaringen met deze prachtige stoomlocomotief.
Blauwe Roemeen
Georges Nagelmackers wil in 1872 met zijn net opgerichte Compagnie Internationale des Wagons-Lits luxe treinreizen door heel Europa aanbieden. Een reis met comfortabele slaapcoupés, restauratierijtuigen en entertainment aan boord. De WR (Wagon Restaurant) 4249 is daar een voorbeeld van. Dit mooie restauratierijtuig rijdt na WOII onder andere mee op de Holland-Scandinavië Express, tussen Hoek van Holland en Hannover, en de Noord-Express, die Parijs verbindt met Sint-Petersburg.
Het is de tijd van lange reizen naar het buitenland waar de niet onbemiddelde reizigers genoten van goed eten in luxueuze rijtuigen. De tafels van dit restauratierijtuig zijn prachtig gedekt met origineel servies zoals eind jaren 50 begin jaren 60 gebruikelijk was.
Locomotief 1200-serie
De neus is toch wel het eerste dat opvalt aan deze oersterke en degelijke elektrische locomotieven. Hij moet de machinist bij botsingen beter beschermen. De locomotieven worden in Nederland met hulp van Amerikaans geld gebouwd (Marshallplan), gedeeltelijk met Amerikaanse onderdelen. De locomotieven uit de serie 1200 gebruikt NS voor zowel het trekken van reizigerstreinen als goederentreinen. De belangrijkste taak is het trekken van de sneltreinen, de latere intercity’s. In de hoogtijdagen reed hij 250.000 km per jaar (dat is ongeveer 6 keer rondom de aarde!).
‘Treinen door de tijd’ belicht met E-loc 1201 de na-oorlogse periode. Veel spoor was vernield, de elektrificatie kwam op gang. Met de Marshallhulp werden deze krachtige locomotieven gebouwd, het is een gezamenlijk Amerikaans-Nederlands product. In het museum is de situatie nagebouwd zoals deze enorme locomotief uit de fabriek kwam rollen. Bezoekers kunnen dit historisch moment naspelen door zelf de speech van de fabrieksdirecteur in te spreken.
Blauwe Engel
De Blauwe Engel is echt een reddende engel als hij op 15 november 1954 uit de fabriek komt rijden. De dieseltrein vervangt de stoomtrein op de lokale spoorwegen die niet zijn geëlektrificeerd. Als redder van de lokale spoorlijnen, door de bijzondere blauwe kleur en het gevleugelde Allan-logo op de kop krijgt de serie dieseltreinen de bijnaam ‘Blauwe Engel’.
De weinig rendabele spoorlijnen in de dunbevolkte delen van het land zijn te duur om te elektrificeren. Zonder dieseltreinen dreigen deze lijnen te verdwijnen. De Blauwe Engel wordt gezien als de redder van deze lokale spoorlijnen en rijdt het meest op de regionale lijnen in Groningen, Friesland, Overijssel, Gelderland en de laatste jaren vooral in Limburg.
Hondekop
Een trein met de neus en druipogen van een trouwe hond. De komst van de Mat ‘54 aan het einde van de jaren 50 baart veel opzien. Door zijn robuuste vorm ziet hij er anders uit dan de oudere stroomlijnmodellen. De trein krijgt door de vorm van de machinistencabine al snel de bijnaam Hondekop. Het nieuwe ontwerp van de cabine moet de machinist beter beschermen bij een aanrijding. In de jaren 70 is de Hondekop de belangrijkste trein van het intercitynetwerk en is jarenlang beeldbepalend geweest op het Nederlandse spoor.
Het balkon van de Hondekop is toegankelijk en vertelt het verhaal van het toenemende forensenverkeer en de vele schoolreisjes die in die tijd per trein werden afgelegd.
Dubbeldekker (DDM-1)
In de jaren 80 krijgt NS te maken met een explosieve stijging van de reizigersaantallen. NS denkt daarom na op wat voor manier ze de capaciteit op het spoor kunnen vergroten. In 1985 verschijnt daarom de eerste dubbeldekker in Nederland. Ze werden ingezet op routes met drukke forensentreinen. De rijtuigen krijgen namen van bedreigde diersoorten, het rijtuig van Het Spoorwegmuseum heette: ‘Olifant’, maar deze naam is bij een schilderbeurt verdwenen.
De dubbeldekker was een uniek ontwerp qua design en interieur. In ‘Treinen door de tijd’ laat het museum de ontwikkeling zien van dit ontwerp. En wie wil er nou eens niet zelf een omroepbericht inspreken in een trein? Dat kan in deze dubbeldekker!

Treinen door de tijd cadeau

Hein Aanstoot van NH1816 kreeg uit handen van Spoorwegmuseum directeur Marten Foppen een mooie herinnering aan deze dag.

%d bloggers op de volgende wijze: