Stoom Stichting Nederland 40 jaar

Stoomtractie-Cover-2016-1Deze week is er een jubileum reis van de SSN. Donderdag 14 april tot en met zondag 17 april 2016 vertrekken de SSN leden vanaf Rotterdam Centraal via Gouda-Utrecht-Venlo-Mönchengladbach naar Dresden. Er is ook een speciaal Jubileum boekje verschenen, dit zogeheten ‘museumboekje’ ter gelegenheid van het 40 jarige bestaan van de SSN (Stichting Stoom Nederland). In dit boekje wordt ingegaan op de oprichting en geschiedenis, het rollend materieel, de activiteiten, en achtergronden zoals de vrijwilligers en degenen die deze historische locomotieven steunen. Bekijk ook eens de website www.stoomstichting.nl of meld u zich aan op hun facebookpagina voor de meest recente activiteiten en nieuwste updates. Treinennieuws.nl feliciteerd naar natuurlijk de SSN met deze mijlpaal.

Kort de geschiedenis van de SSN en hoe alles begon
De Stoom Stichting Nederland (SSN) is opgericht in 1976 door een paar stoomenthousiasten, die onafhankelijk van elkaar in Duitsland een stoomlocomotief hadden gekocht. De Duitse spoorwegen namen in 1977 immers afscheid van de stoomtractie. In die periode grepen diverse Nederlanders de kans om een stoomlocomotieven te kopen. Het is nooit de bedoeling van de SSN geweest om een museumspoorlijn te beginnen. Het doel was om één of twee keer per jaar excursies over het hoofdlijnennet te organiseren. En zo gebeurde het ook.
De eerste locomotieven
Op 12 maart 1976 reed de 23 023, die zich op dat moment in Lehrte bij Hannover bevond, naar Rheine, koppelde daar de niet meer dienstvaardige 01 1075 (toen nog 012 075-8 genummerd) aan en reed vervolgens verder naar Rotterdam. Daar werden ze tijdelijk, maar toch nog 13 maanden, op een spoortje naast het seinhuis van Rotterdam Rechter Maasoever (RMO) neergezet. Definitief onderdak kon maar steeds niet worden gevonden.
Intussen moest er wel gewerkt worden. Met het opknappen van de 23 023 werd al in mei 1976, in de open lucht, begonnen. In vijf maanden lukte het om de ketel volledig onder de wet te krijgen, dankzij de inspanningen van de weinige vrijwilligers en geholpen door de uitzonderlijk mooie zomer van dat jaar. De locomotief werd op 28 augustus voor het eerst onder stoom gebracht, maar mocht en kon niet rijden. Een tweetal ingegraven dwarsliggers verhinderde dat. De NS duldde nog steeds geen stoom op hun spoor. Daarom zou het tot 22 april 1977 duren voordat de locomotief opnieuw werd opgestookt. Er mocht zowaar een kleine proefrit worden gereden op het opstelspoor op RMO.
De contacten met de NS in het rayon Rotterdam waren in die tijd dusdanig verbeterd, dat de SSN toestemming kreeg om de locomotief op de laatste dag van de “Station-van-de-week”-actie van de NS, op Koninginnedag, op Rotterdam CS te tonen. Dit evenement, het eerste openbare optreden van de SSN, trok veel publiek. Maar de contacten met de NS-directie in Utrecht waren nog niet van dien aard dat er verdere activiteiten konden worden georganiseerd.
Pas in juli 1977 kwam de toestemming om een rit naar Rheine te organiseren, waar in het weekend van 10 september het einde van de stoomtractie bij de DB zou worden “gevierd”. Uiteindelijk vertrokken twee stoomtreinen uit Nederland: de 23 023 reed een trein vanuit Den Haag naar Rheine ten behoeve van de NVBS, terwijl een trein met de SSN-achterban vanaf Apeldoorn getrokken werd door de VSM 23 076. Op de terugweg reed de 23 023 de eigen trein naar Hoek van Holland. Dit eerste door de SSN georganiseerde evenement werd een groot succes.
De SSN reed in de eerste jaren gemiddeld twee tot drie keer per jaar een rit, onder meer naar de Stoomtram Goes-Borssele in Goes en naar de Hoogovens in IJmuiden en organiseerde in september 1978 voor het eerst een open dag.
Het rijdend park groeide in de eerste jaren aanzienlijk. In december 1977, nauwelijks twee weken nadat de SSN haar intrek op het veilingterrein had genomen, arriveerde de 50 1255. Begin 1980 kwam daar de 41 105 bij, die in 1976 gekocht door de Provinciale Zeeuwse Electriciteits Maatschappij was gekocht om bij haar centrale als hulpketel te fungeren. Nog geen drie maanden later was deze oliegestookte machine de tweede rijvaardige locomotief van de SSN en kon ze naast de 23 023 worden ingezet.
Ondanks de lastige huisvesting nam na 1981 het jaarlijkse aantal stoomritten gestaag toe. Drie tot vier keer per jaar werden er ritten gereden. Ook het aantal locomotieven nam toe. In 1981 werden de voormalige NS 8811 en de ex-DB 65 018, alsmede een stam voormalige NS-rijtuigen (plan D) aan de SSN-verzameling toegevoegd.
SSN 1Ga eens mee met de stoomtrein!
De belangrijkste activiteiten die de SSN ontplooit, zijn de ritten met stoomtreinen. Een groot deel van de ritten wordt voor instanties gereden, de zogenoemde besloten ritten, en een kleiner deel organiseert de SSN voor het publiek. Iedereen kan dus een rit maken met een stoomtrein!
Met de ritten berijdt de SSN altijd het openbare spoorwegnet. Dat gebeurt in goed overleg met ProRail, omdat de ritten in de dienstregeling van de Nederlandse Spoorwegen en de andere spoorweggebruikers moeten worden “ingevlochten”.
Een rit met een stoomtrein is niet zo maar een treinreis. De SSN rijdt onder andere met eerste klasse rijtuigen uit de tijd dat de eerste klasse nog een slag luxer was dan de eerste klasse die we nu kennen: pluche banken zijn standaard. Deze eerste klasse rijtuigen stammen dan ook uit begin jaren 30 van de vorige eeuw. Inmiddels zijn er vijf Duitse tweede klasse rijtuigen bijgekomen. En een stoomlocomotief leeft toch heel wat meer dan het materieel dat we tegenwoordig kennen, want er gaat niets boven een grote stoompluim en het gewoefel van een locomotief dat gelijke tred houdt met de toenemende snelheid. Veel reizigers hebben laten weten dat ze enorm hebben genoten van deze rit.
Het materieel
De SSN beschikt thans over 7 stoomlocomotieven, een paar diesellocs, een stam rijtuigen en enkele goederenwagens. Behalve rollend materieel is er natuurlijk de locloods, waarin de werkplaats en een museum zijn gevestigd, de rijtuigloods, de draaischijf, een armseinpaal, spoorwegovergang, stationsklok en de seinklokken, die in vroeger tijden werden gebruikt om arriverende treinen aan te kondigen.
Een kort overzicht van de locomotieven
De 01 1075 is een Duitse sneltreinlocomotief die in 1940 is gebouwd door de firma Schwartzkopff. De locomotief heeft een toegelaten topsnelheid van 140 km per uur!
De 01 1075 beschikt sinds 2010 over zowel ATB, het Nederlandse beveiligingssysteem, als over PZB90, het Duitse beveiligingssysteem; daarmee is zij de enige Nederlandse stoomloc die zelfstandig in Duitsland mag rijden. Iets waar ze bij de SSN beretrots op zijn!
De 23 023 is een, eveneens Duitse, personentreinlocomotief, in 1952 gebouwd door de firma Jung. Ook deze loc heeft tot 1976 dienst gedaan bij de Deutsche Bundesbahn. De serie 23 is de laatst gebouwde serie stoomlocomotieven in Duitsland. De kolenvoorraad van deze loc is 8 ton, goed voor zo’n 450 km rijden. De watervoorraad is met 31 m3 voldoende voor 200 kilometer. Leuk om te vermelden drie van de acht nog bestaande 23´ers bevinden zich in Nederland; de andere vijf staan alle in Duitsland.
De 41 105 is de enige oliegestookte stoomloc, alleen is deze niet bedrijfsvaardig. De 41’er is in 1939 gebouwd door de firma Krupp en heeft tot 1976 dienst gedaan bij de Deutsche Bundesbahn.
De 50 1255 is een echte goederenloc. Kleine drijfwielen (1,4 meter) en een maximale snelheid van 80 km per uur. Dankzij deze snelheid werd de serie 50 ook ingezet in personentreinen.
De 65 018 is een zogenoemde tenderlocomotief. Dat houdt in dat hij geen getrokken tender, de wagen met kolen en water, heeft maar dat de kolen- en watervoorraad zich op de loc zelf bevinden. De 65 is ook een personenlocomotief. Ze is in 1955 gebouwd door de firma Krauss-Maffei, een grootheid op het gebied van stoomlocs, die onder andere de beroemde serie S3/6 van de Beierse spoorwegen ontwikkeld heeft. Veel Duitsers zijn jaloers op die Hollanders!
De 8811 is een Nederlandse loc, alhoewel ze in Engeland gebouwd is. Het is een drie-assige tenderloc met een zogenoemde zadeltank. Deze locomotief heeft vanaf 1953 tot 1975 bij de mijnen in Zuid-Limburg gediend. In 1981 zou ze worden gesloopt, maar is net op tijd ontdekt door een aantal attente SSN-medewerkers.
Last but not least de vuurloze stoomloc, nummer 6326. Vuurloos? Hoe kom je dan aan stoom? Vuurloze locs lopen op stoom die ze uit een andere stoomketel overgepompt krijgen. Bij de SSN is dat altijd een andere stoomloc, maar het kan ook een stationaire stoomketel zijn. Vuurloze stoomlocs werden ingezet in situaties waar open vuur of roet ongewenst zijn, zoals bij de chemische industrie en voedselverwerking. Deze loc is het kleintje van de SSN, met 2 assen en een gewicht van slechts 16 ton. Ook deze loc wordt momenteel gereviseerd.
Opvallend is dat de SSN over veel buitenlandse locomotieven beschikt. De verklaring hiervoor is eenvoudig. De Nederlandse Spoorwegen hebben 20 jaar eerder dan de Deutsche Bundesbahn afscheid genomen van de stoom en zijn toen voortvarend stoomlocs naar de hoogovens gaan sturen. Daardoor zijn er maar weinig Nederlandse stoomlocs bewaard gebleven.
Naast de stoomlocomotieven beschikt de SSN over enkele diesellocs, die vooral als rangeerlok dienen. Een ander zeer belangrijk deel van het SSN rollend materieel zijn de rijtuigen. Zonder rijtuigen geen passagiers en dus geen inkomsten. De SSN beschikt over drie Belgische K1-rijtuigen, die in 1934 zijn gebouwd. Het zijn alle eerste klasse rijtuigen met een houten interieur en heerlijk zittende pluche banken. Sinds 2010 beschikken de SSN ook over vijf Duitse tweede klasse rijtuigen. Het restauratierijtuig, in de wandelgangen “de Mitropa” genoemd, is het enige operationele restauratierijtuig in Nederland. De Mitropa beschikt over 40 zitplaatsen en is dus geschikt voor wat grotere gezelschappen. Misschien een leuk idee voor uw zakelijke party in een geheel andere ambiance dan u gewend was? Of voor uw 25-jarig huwelijksfeest.
Depot
Naast het rollend materieel heeft de SSN een draaischijf, waarop de locs gedraaid kunnen worden, een aantal seinklokken, een seinpaal – zo’n ouderwetse met seinarm – en een spoorwegovergang. Bovendien staan op het terrein een loop- en koppelas van een stoomloc opgesteld.
Vrijwilligers
Een stichting zoals de SSN drijft op vrijwilligers. Het zijn er ongeveer 100 in de leeftijd van 16 tot over de 80 jaar. Ze verrichten de meest uiteenlopende taken. Naast voor de hand liggende werkzaamheden als stoken, lassen en draaien zijn er ook vrijwilligers die zich bezighouden met houtbewerking voor het opknappen van het interieur van de rijtuigen, het inspecteren en repareren van rollend materieel, schilderen – zowel het rollend materieel als de loods en de draaischijf – en het bijhouden van het groen op het depotterrein. Ook andere werkzaamheden die iets verder van de stoomlocs afstaan, zoals het bemannen van de winkel, de SSN-stand bij deelname aan beurzen en het verzorgen van publiciteit, worden door onze vrijwilligers verricht.
De machinisten zijn beroeps, die zowel bij de Nederlandse Spoorwegen of DB Schenker (het voormalige Railion) werken als in hun vrije tijd bij de SSN. Ze hebben bovendien een stoombrevet voor het rijden van stoomlocs op het hoofdnet.
Het onderhoud van stoomlocomotieven is een zeer arbeidsintensieve aangelegenheid. Daarom is het alleen met veel vrijwilligers vol te houden. Jaarlijks moeten vele onderdelen van de locs worden geïnspecteerd en eventueel gereviseerd of vervangen. Onze jongste loc is immers uit de jaren 50 en daarmee al ruim een halve eeuw oud en dan heb je te maken met slijtage. Ook moeten de rijtuigen worden onderhouden en ook dat kost de nodige inspanning.
De goed uitgeruste werkplaats is overigens gecertificeerd door de Inspectie Verkeer en Waterstaat (IVW) en daar zijn ze erg trots op.
Als er een rit voor de deur staat, gooien we er nog een schepje bovenop. De avond voor de rit beginnen we met het opstoken van de loc en worden de smeerpunten nog even nagelopen. De rijtuigen worden in de juiste volgorde gerangeerd, zodat de trein klaar staat voor vertrek. In het restauratierijtuig worden de etens- en drinkwaren aangevuld. De kolen- en watervoorraden van de locs worden op peil gebracht.
Word ook vrijwilliger!
En, ze hebben altijd meer werk dan vrijwilligers, dus als u een zinvolle en gezellige bezigheid zoekt voor uw woensdag of zaterdag, dan bent u van harte welkom. De SSN leidt eventueel ook vrijwilligers op tot bijvoorbeeld metaalbewerker, stoker en stoomlocmachinist.
Donateurs en sponsors
Ook donateurs en sponsors zijn enorm belangrijk voor de SSN. Zij geven de SSN de mogelijkheid om de kosten van de materialen voor het rijden en het onderhoud te betalen.
Donateurs krijgen vier maal per jaar ons tijdschrift Stoomtractie toegestuurd, waarin ze op de hoogte worden gehouden van de werkzaamheden, die we verrichten. Ook staan hierin verslagen van stoomritten. Bovendien hebben donateurs gratis toegang tot het museum en de open dagen en krijgen ze korting op stoomritten. Een deel van de sponsors steunt ons met geldelijke giften en andere sponsors geven kortingen (soms tot wel 100%) op materialen die we nodig hebben. Ook het uitwisselen van diensten tussen sponsors en SSN komt voor.
Museum
Het SSN museum is geopend op woensdag van 10:00 tot 15:00 uur en op zaterdag van 10:00 tot 17:00 uur. Op zaterdagen kunt u om 11:00 en 14:00 uur een rondleiding volgen. Kijk altijd wel even voor u naar Rotterdam gaat op de SSN website, want als gevolg van ritten is het depot soms gesloten. Raadpleeg voor de zekerheid dus altijd vooraf even de website www.stoomstichting.nl. Daar vindt u ook informatie over onze evenementen en ritten en een video.
Het museum is gedurende de openingstijden telefonisch bereikbaar op telefoonnummer 010-282 92 82. Adres: Rolf Hartkoornweg 50, Rotterdam.

Copyriht foto’s: SSN – Rotterdam.

%d bloggers op de volgende wijze: